Posts

Ik loop de ziekenhuiskamer binnen en daar zit hij, rechtop in bed, met z’n kale hoofd laaghangend tussen z’n handen. Z’n gezicht kan ik niet goed zien, wel z’n botten tussen z’n lange dunne vingers door. Hij lijkt mij niet te zien.

Buiten op de gang zitten mijn moeder en stiefmoeder de wacht te houden. M’n moeder doet de deur achter me dicht en laat me met hem alleen. Ik kom dichterbij en noem zijn naam. Zijn hoofd gaat langzaam omhoog.

De ziekte heeft zich een weg gebaand langs zijn slapen en wangen, zijn ogen hangen als knikkers in een velletje naast zijn dunne maar nog steeds prominente neus. Er was niet veel over van zijn nek en om zijn mond zijn z’n tanden zichtbaar door de dunne huid.

Toch, nadat hij me gade slaat lichten zijn ogen op. Hij noemt mijn naam en een zachte glimlach verschijnt op z’n dunne lippen. Hij mompelt iets over hoe fijn hij het vindt dat ik op bezoek kom. Ik kijk hem aan, wetende dat het de laatste keer zal zijn.

Mr. Natural

Mr. Natural

Hier is de man die me heeft geadopteerd samen met m’n moeder – die nu buiten op de gang zit – en mij ook na de scheiding nog altijd verwelkomde. Zo verbleef ik vaak ’s zomers bij hem en z’n tweede vrouw en hun zoontje. Hij wandelde altijd naakt door het huis, met of zonder visite. Dan ging ‘ie een boek lezen of zo en dan op een rieten stoel zitten, pijnlijk uitziende striemen achterlatende op z’n billen. Maar al te graag kwam ik daar om stripboeken te lezen. Van Robert Crumb bijvoorbeeld, waarbij ik mijn vader dan voorstelde als Mr. Natural, die kerel met z’n eindeloze meditatiesessies, of van Heavy Metal, het SF-striptijdschrift die m’n eerste fantasievrouw bevatte, waardoor ik zelf liever niet naakt door het huis rondwandelde. De schaamte won het van mijn opwinding.

Dit was slechts enkele jaren geleden en hier sta ik nu, nog geen 16 jaar oud, oog in oog met Mr. Natural die spoedig zijn meditatietapijtje uitrolt naar de eeuwige jachtvelden. Ik weet hoeveel pijn hij heeft gehad de afgelopen maanden maar ook hoe extatisch hij nu is van de morfine in z’n lijf. Maar die zachte glimlach die hij zojuist gaf was oprecht, net als de glans in z’n ogen nu hij me aankijkt. Het is alsof hij nu naakter is dan ooit, en het enige dat ik kan zien is zijn ziel die me voor eeuwig toelacht.

 

©2017 David Enker
Original English version (2013)

Het zand nestte zich tussen mijn tenen. Ik was nog nooit naar het strand met m’n moeder geweest. Normaal gesproken als ik haar bezocht gingen we naar het park of fietsten we wat door de stad, met mij voorop haar fiets, met mijn ogen als navigator.

Deze keer daarentegen nam ze me mee voor een treinreisje naar het strand, ergens midden in de week op een dag in mei. Ze rook bijzonder, een mix van wat rozige parfum en sigaretten. Haar huid had iets merkwaardig vertrouwelijks, met de wat bleke teint.

Thuis rook het altijd naar vers brood, we woonden boven een bakkerij. Maar die dag toen mijn moeder me kwam ophalen realiseerde ik me voor het eerst dat zij, ondanks haar sigaretten, eigenlijk lekker rook, en dat kwam niet alleen door de parfum. Voor het eerst in m’n leven voelde ik een verwantschap, en meer dan ooit was ik geïnteresseerd waar mijn moeder ons naar toe bracht.

Ze moest zo nodig een treinstel kiezen waar gerookt werd en gevuld was met grote mensen. Mijn beleefde kuchjes bleven onopgemerkt totdat de duinen zich aandienden achter de wolken. Mijn moeder begon met praten, iets over toen ik nog een baby was of zo, maar mijn aandacht trok naar het raam waar een plaatje in stond van een hand die een fles vasthoudt met een rode streep erdoor.

We liepen van het station langs wat betonnen kubus-achtige woningen naar het strand en ik begon richting het water te rennen, door het zand, waar ik mijn sandalen achterliet. Ik was wel ‘ns eerder naar het strand geweest, alleen niet hier, en niet met mijn moeder. Langzaam deed ze haar slippers uit en liep ze door het zand glimlachend naar mij toe.

Ik rende naar de zee, eerst koud, maar ietsje warmer na een soort dansje. Ik zag mijn moeder aan de oever staan. Ik keek terug naar het water. De zee had een verloop van een donkerbruine kleur bij m’n voeten, onderbroken door wat crèmekleurige golven, tot een donkerblauwe kleur, abrupt onderbroken aan de horizon. Daarboven, een lichtblauwe lucht die toekijkt met wat lachende zeemeeuwen, vliegend in formatie voor een indrukwekkend leger van wolken.

Ik liep terug naar mijn moeder die nog in het zand stond een sigaret te roken. Ze leek naar me te kijken maar haar blik was afwezig, rimpels boven de wenkbrauwen, onbeweeglijk, schijnbaar in diepe gedachten verzonken.

Ze begon weer te praten, maar ik merkte dat mijn voeten al het zand hadden geabsorbeerd en kleine balletjes van zand begonnen zich te vormen op mijn huid die ik zachtjes weg kon wrijven. Af en toe stopte m’n moeder met praten en ik keek haar aan, met haar aderen zichtbaar door haar dunne huid en haar blonde haren, net als die van mij.

 

©2017 David Enker
Original English version (2013)